dinsdag 10 november 2015

Herfstige huizigheid

Het was herfstvakantie. We waren naar het Natuurmuseum in Nijmegen getogen. Lees: ik had – met de kuiten nog moe van de generale 7 heuvelenloop – keihard gefietst om die twee jongens in de fietskar de brug over te krijgen. Hijgend viel ik het museum binnen. Er was een tentoonstelling over vogelspinnen gaande en je mocht zelfs een vogelspin vasthouden. Dat vinden de jongens fantastisch, dacht ik. En inderdaad, luid ‘wow’ roepend keken ze in ieder glazen bakkie en stelden ondertussen allemaal ge├»nteresseerde vragen. ‘Wat eten ze dan? Ga je dood als je deze aanraakt?’ enzovoorts. Na precies vijf – ja vijf! – minuten hadden ze het echter alweer gezien. Grote jongen hing smekend tegen me aan: ‘ik vind het hier saai. Wanneer gaan we weer naar huis?’

Ongeveer een kwartier later liepen we de V&D binnen. Ik moest nog iets ruilen en aangezien de jongens over het algemeen dolgelukkig worden van roltrappen, leek dit me het ideale moment om dat even snel te doen. Grote jongen liep echter net wat te jolig rond en stootte ongeveer meteen na binnenkomst het hangertje met V&D cadeaukaarten omver. Vervolgens verstopte kleine jongen zich onder de kledingrekken, waar uiteraard de helft uitviel. De roltrappen bleken wel leuk, voor even. ‘Ik heb honger’, klonk het al snel. ‘Wanneer gaan we weer naar huis?’

U mag raden waar we de rest van de herfstvakantie doorbrachten.