donderdag 25 september 2014

Maaike en Michel

We hebben nu ruim een week een stel in de tuin rondlopen. Maaike en Michel (eerste naam is stamboeknaam, tweede naam bedacht door grote jongen). Maaike hadden we al langer, dat is onze mislukte koe ;-) oftewel een flinke geit. Michel is er vorige week bijgekomen. Hij mag Maaike over een tijdje gaan bespringen. Maar alleen als zij daar klaar voor is.

Tot die tijd moet Michel zich aan haar grillen aanpassen. En dat doet hij wonderwel. Waar hij eerst uiterst enthousiast reageerde als Maaike bij hem in de buurt kwam, doet hij nu net alsof hij helemaal niks ziet. Pompidom. Lekker gras, zeg. Lalala. Wat een wolken. Kauwkauw. En het werkt! Heel voorzichtig zoekt Maaike toenadering.
Dat gaat helemaal goed komen met die lammeren volgend voorjaar.
 

Hoe(zeer) ik een autovriend werd

Heel veel auto’s vorige week bij de school. Ik parkeerde de onze er nog bij. “Wat een gekkenwerk he”, zei een moeder toen ik uitstapte, “in de winter wordt het nog erger”. O jee, dacht ik. “Moet je met de fiets gaan!” riep een vader. “Ja, maar het is best ver”, antwoordde ik. En ik schaamde me. Het was nauwelijks verder dan de crèche van kleine jongen in Utrecht geweest was en toen was ik toch ook altijd gewoon op de fiets gestapt.

Groot verschil is echter dat ik er toen met de auto net zo lang over deed als met de fiets. Terwijl ik nu met de auto over de dijk scheur, geen enkel stoplicht tref en dus in vijf minuten bij de school sta. En dat is best handig als je ’s ochtends eerst nog een geit en bok moet buitenzetten, de kippen en poezen eten moet geven en kleine jongen liefst voor schooltijd bij zijn oppas in het dorp wil hebben.
Ik kan het niet meer ontkennen: uiteindelijk ben ook ik een automens geworden. Boodschappen doen? Auto mee. Even appels halen bij de appelboer in het dorp? Met de auto natuurlijk. Hardlooptraining? Auto… Ik pak nog net niet de auto om naar de brievenbus te rijden, maar verder is de auto opeens mijn beste vriend. En dat terwijl ik de auto vroeger haatte. En ik, nog veel erger, nu juist in een omgeving woon die prachtig is om doorheen te fietsen.
Gelukkig kon bezoekende bikkel zuslief het wel begrijpen. Na een fietstochtje naar de supermarkt en terug zei ze “zo hee, maar dit is niet even fietsen. Dit is meteen sport. Flinke wind op die dijk!!!” Precies, dacht ik, en zette de fiets terug in de garage. Aan sport doe ik tenslotte genoeg. Daar staat ‘ie te wachten tot het weer lekker warm en zonnig – echt fietsweer! – wordt. In de tussentijd ga ik maar gewoon fileparkeren bij school. Dat heb ik in Utrecht tenslotte nooit echt goed geleerd.

zondag 14 september 2014

Mwoah-jam

“Jaja” dacht ik eerst nog, toen mijn schoonmoeder vertelde hoeveel lekkere jam ik kon maken van al die vlierbessen om de boerderij. “Ik heb even andere prioriteiten”. We hadden de meeste bramen al geplukt en zelfs behoorlijk wat peren van de wespen gered dus ik vond het wel even goed dit jaar. Maar toen die bessen maar bleven lonken en ik op internet las hoe gezond ze wel niet waren, leek een middagje met de kinderen me een goed moment om de gok toch maar eens te wagen.

Ik plukte de meest rijpe exemplaren - waarvan er al veel door vogels waren opgegeten - kookte ze met wat suiker, appelsap en appelschil naar een recept op internet in tot een heuse vlierbessenjam. Ik dacht van tevoren wel twee glazen potten te kunnen vullen met al die bessen – ik had zelfs de grootste exemplaren uitgezocht – maar het werd er maar één, en dan slechts voor de helft. Het zag er wat lullig uit.

Maar wat nog veel erger was: de jam smaakte mwoah. Niet om over naar huis te schrijven. Toen we croissants aten, smeerden we toch liever supermarktjam, dat idee. Ondertussen stond de halfvolle pot vlierbessenjam ons steeds als we de koelkast open deden verwijtend aan te kijken. “Had ons dan niet geplukt”, leken de bessen te willen zeggen. Sja. Hm. Nou. Sorry. Gelukkig vond ik er vanochtend een hele goede bestemming voor: de appelcrumble. Smaakte heerlijk (vonden ook man, kinders en de aanwaaiende (schoon)ouders). Pfieuw.  En pas volgend jaar weer een herkansing... 

dinsdag 2 september 2014

Pissebedden yeah!

De eerste schoolweek van grote jongen verliep gesmeerd. Het was allemaal wel even wennen, maar grote jongen liet het rustig over zich heen komen. Op donderdag stond er een jongetje klaar dat graag met grote jongen wilde spelen. Grote jongen durfde nog niet naar het huis van het jongetje – sterker nog, hij kende de naam van het jongetje nog niet eens – en dus kwam het jongetje bij ons.

Schot in de roos! Het jongetje bleek namelijk verzamelaar van beestjes te zijn. Alle soorten beestjes. Dus toen hij en grote jongen een willekeurige steen optilden, en daar tien pissebedden bleken te krioelen, was het jongetje helemaal gelukkig. Met een jampot vol pissebedden keerde hij huiswaarts. Alwaar hij de rest van zijn collectie toonde: een spin, een slak, een lieveheersbeestje. De pissebedden konden er zo bij in. Rarara waar het jongetje nu iedere middag wil spelen?