maandag 21 juli 2014

Afscheid

Over krap een week is het zover: dan gaan we verhuizen naar onze boerderij. Terwijl iedereen om ons heen de vakantiekoffers vult, vullen wij verhuisdozen. Met de laatste schooldag van grote jongen vorige week is het moment van afscheid nemen nu echt aangebroken. En hoeveel zin we ook hebben in ons nieuwe avontuur, we beseffen ons met de dag meer wat we daar straks in Slijk-Ewijk allemaal zo ontzettend gaan missen.

Ons fijne, lichte huis aan de Bilderdijkstraat, waar we met z’n tweeën introkken en straks met z’n vieren weer uitkomen. De superleuke straat met zoveel fijne mensen – waaronder natuurlijk met stip bovenaan onze lieve bovenburen een paar deuren verderop – die we ’s zomers bijna dagelijks op het balkon, de straat of op het plein troffen. Het plein zelf met de waterpomp, de skatebaan, het suikerspinhuisje en de vele leuke activiteiten het hele jaar door. De school en vooral de crèche die onze jongens al die jaren zo vrolijk hielp groeien. De stad met haar vele filmhuizen, festivals en levendige wijken met daarin lieve vrienden.

Het is teveel om allemaal op te noemen. Bovendien zou u dan allang afgehaakt zijn. Daarom kan ik het beter samenvatten met: het was fijn, Utrecht(ers)! We gaan jullie missen! Gelukkig krijgen we er een grote boerderij voor terug, waar we jullie goed kunnen ontvangen. Zo halen we gewoon zo nu en dan een stukje Utrecht naar Slicky Wicky. En als we er – in de woorden van grote jongen - helemaal klaar mee zijn, gaan we gewoon op vakantie-uitje naar…jawel…Utrecht!

Dahag!!!
(op de foto schrijft grote jongen verhuiskaarten voor z'n klasgenootjes)

dinsdag 8 juli 2014

Onze Slijk-Ewijkse ridder


Grote jongen is maar wat blij met al die verbouwingsmaterialen die hij overal in Slijk-Ewijk aantreft. Een berg zand, geleverd om een sleuf mee te dichten. Uiteraard perfect om in te spelen. Sleepkabels en sjorbanden om van alles mee vast te maken. Hij creëert er zijn eigen gevangenis mee. Of van die grijze rioleringsbuizen. Grote jongen trekt ze aan en is opeens een ridder. Het maakt niet eens veel uit wat hij vindt, van alles is wel iets te maken.
Man en ik schrikken ons af en toe een hoedje als grote jongen weer eens de boormachine heeft gepakt, maar over het algemeen moeten we glimlachen om zijn inventiviteit. “Kom eens kijken” zegt hij en daar treffen we weer een nieuwe gevangenis aan. De verhuisdozen die we in Utrecht klaar hadden staan, zijn allemaal allang geconfisqueerd. Grote jongen heeft er een piratenschip met gangenstelsel en hut van gemaakt. “Als we gaan eten, moet je de mol maar even roepen”, zegt hij tegen ons. Grote jongen en de verbouwing/verhuizing: hij begint er de voordelen van in te zien.