maandag 28 april 2014

Salonboer


“Twee geiten, kippen, o en ik wil ook wel een koe”, grote jongen somt alvast zijn ideale veestapel op. Dat doet hij, voor de goede orde, vanaf onze luie bank in de Utrechtse bovenwoning. Hij kent deze dieren vooral als brave, ietwat sullige schepselen uit de Utrechtse stadsboerderijen, die hij na één keer aaien alweer verruilt voor een potje voetbal. Dat die schepselen onderhouden worden door een arsenaal aan medewerkers en vrijwilligers, ziet hij niet eens. En als ik dat ter sprake breng, weet grote jongen, denkend aan onze vakantie in Noorwegen, mijn bezwaren zó weg te wuiven: “nou, dan vragen we dat toch gewoon aan boer Olav?” Duh.
 
Maar toch: de eerste drie kippen zijn gearriveerd!

Verdwaald

“Waar was dat nou, met die autootjes op tafel?” Grote jongen komt uit de wc in onze nieuwe boerderij en zoekt de keuken. Ik glimlach. Grote jongen, gewend als hij is aan overzichtelijke stadswoningen, raakt verdwaald in de lange gang met zoveel deuren naar zoveel vertrekken. Terwijl ik hem de weg wijs, neem ik de gang nog eens tevreden in me op. Pippi Langkous, maar dan in de Overbetuwe.

Willekeurig landhuis


“Ze zijn gewoon voor een willekeurig landhuis gaan staan en hebben zichzelf  gefotografeerd”, appte een vriendin. Maar nee, beste mensen, het is ECHT. Sinds half april zijn wij de trotse eigenaren van deze grootse herenboerderij. Met een grootse naam: De Danenberg, of zo u wilt, de Danenburgh. In het dorp Slijk-Ewijk, dat wij inmiddels – in het kielzog van de Amerikanen die hier tijdens de operatie Market Garden in kleine bootjes de heldhaftige oversteek van de Waal maakten – liefkozend Slicky Wicky noemen. Wees welkom.