zondag 28 december 2014

Man en de kerstboom

Als je zo woont als wij nu, dan ga je natuurlijk niet meer naar de winkel om een kerstboom te kopen. Nee, die haal je gewoon uit eigen tuin. Vond man in ieder geval. Dus wij braaf wachten tot hij de tijd vond om de dennenboom om te zagen. Dat duurde en duurde. Omdat de kinderen ondertussen om zich heen steeds meer kerstbomen zagen verrijzen en de vraag “wanneer krijgen wij nou eindelijk ook” onvermijdelijk begon te worden, had ik maar vast mini-boompjes voor ze gekocht.

Maar een paar dagen voor kerst kreeg man opeens de geest. “Oe, de boom is toch dikker dan ik dacht”, klonk er vanachter de kettingzaag. Ja, duh, dat hadden wij natuurlijk al lang gezien. Rillend van de kou gingen we maar vast naar binnen. Een half uur en heel wat gezaag later, viel ‘ie eindelijk naar beneden. En nog een half uur later stond ‘ie met lichtjes en al in de keuken. Kijk: het geeft even wat gedoe, maar dan heb je ook een echte kerstboom, met de dennenappels er nog aan.




[en omdat grote jongen nu steeds alléén de lampjes van de kerstboom aan wil, leven wij steeds in het halfdonker...]

woensdag 26 november 2014

Sinterklaas door de schoorsteen

"Ik ga de hele nacht wakkerblijven om te kijken wanneer Sinterklaas er aan komt", zei grote jongen dapper. Hij sliep natuurlijk binnen vijf minuten. Kleine jongen had er wat meer moeite mee. Na drie keer geroep en gebonk van boven, gingen we maar ‘ns bij hem kijken. "Vind Sinterklaas en zwarte piet eng. Komen ze ’n cadeautje brengen en gaan ze dan meteen weer weg?", vroeg hij angstig.

Een paar uur daarvoor hadden we de schoen gezet. Dit jaar nu eens niet voor de balkondeuren, maar voor onze enige echte schoorsteen. Kleine jongen had er toen ook al niet zo’n zin in gehad. Terwijl wij de kou trotseerden en dapper liedjes zongen – de schoorsteen staat in de enige kamer in het voorhuis waar we, behalve slopen, nog niets aan gedaan hebben – was hij terug naar de keuken gegaan. Ook goed.

In z’n bed maakte hij pas duidelijk waarom. Hij was bang geweest dat ze er ter plekke uit zouden komen, met paard en al en dat ze vervolgens daar wat in die kamer zouden blijven staan. Ik snapte hem volledig. Ik was vroeger ook niet zo’n fan van het idee dat er zomaar een zonderling figuur via de schoorsteen de woonkamer zou betreden en daar dan wat zou rondneuzen. Nog steeds niet trouwens ;-) Dus ik vertelde hem dat ze echt meteen weer weg zouden gaan.

De volgende morgen durfde hij niet naar de schoorsteen toe. Grote jongen hielp hem een handje door z’n schoenen mee te nemen. “Kijk, pepernoten!” Kleine jongen was blij. Maar nog veel blijer was hij een paar uur later, toen hij per ongeluk de schoorsteenkamer in keek, en er helemaal niemand zag. Leuk hoor, Sinterklaas en zwarte piet, maar laat ze hun pepernoten voortaan maar via de postbode bezorgen…

zondag 23 november 2014

Thomas, hou je vast aan de takken van de bomen

Zwam in de notenboom, mineermot in de kastanjes en watermerk in de wilgen: het was niet echt geruststellend wat boomverzorger (en klimmer) Thomas te vertellen had. Zijn gehang in de bomen was dat evenmin.

Maar hij hield zich goed vast en snoeide in twee dagen de gevaarlijk overhangende takken weg. En nu hebben we gezondere bomen, iets meer licht aan de zijkant van het huis en vooral heel veel snoeihout.  Het wordt tijd voor ’n houtkachel.

vrijdag 7 november 2014

Ren je rot

Laatst reden we rond half acht ’s avonds terug naar de boerderij. Het was al donker. We hadden frieten gehaald die we zo thuis gingen verorberen. Toen we het witte kerkje van Slijk-Ewijk passeerden, zei kleine jongen ‘wil zo nog hardlopen, mamma’.
Pardon?

Nu moet u weten dat hij daar eigenlijk mee bedoelt  ‘jullie moeten hardlopen en ik ga onderuitgezakt in de kinderwagen zitten duimen’, maar toch. Dat je daar aan denkt terwijl je eigenlijk al in bed hoort te liggen, is toch wat wonderlijk. Het geeft maar aan hoe het hardlopen hier met de paplepel wordt ingegoten.

En hardlopen gingen we, al was het niet die avond. De 7 heuvelen zit er namelijk aan te komen. Nu hebben we daar al talloze malen aan meegedaan – het is een soort familietraditie waarbij man en zus altijd zulke toptijden rennen (1.02 bijvoorbeeld) dat mijn op zich knappe prestatie (1.15) volledig in het niet valt – maar nu is het de eerste keer ‘bij ons’.


En dat is te merken! We zien de hardlopers in de buurt de bruggen opzoeken om alvast wat heuvels te oefenen. Ik verkende afgelopen zondag met mijn nieuwe hardloopvereniging het parcours van A tot Z. Startnummers werden overgedragen, tips uitgewisseld. Nog één week te gaan.
‘Hardlopen wou je, kleine jongen? ‘  
[met 'n foto  uit de oude doos: 2005!]

zondag 2 november 2014

Domweg gelukkig in de Danenberg

Ik zit achter m’n computer te werken. De zon schijnt tussen de bladeren de kamer in. Geluiden van man en kinderen beneden in de tuin. Ze sjouwen met kruiwagens en afval. Ik loop naar het raam en roep ze. Drie lachende gezichten kijken terug. “Dat is mamma!” zegt kleine jongen. Hij zwaait blij. Ik lach. Zoveel geluk in één oogopslag.  



dinsdag 21 oktober 2014

Rural outfitters

Even vreesde ik dat ik mijn enorme collectie jurkjes niet meer aan zou gaan trekken, hier op de boerderij. Maar ik heb m’n middeltjes intussen gevonden. Zo stap ik ’s ochtend met jurkje én overall – dus in hippe onesie! – naar buiten en verruil ik, na de beesten buiten te hebben gezet, m’n modderige klompen voor hooggehakte stadse schoentjes.

De legging, die het mogelijk maakt om met jurkje toch m’n snelle fiets met stang te bestijgen – jaha: ik fiets weer! – behoort inmiddels tot de standaard uitrusting. We mogen dan wel op ’t platteland wonen nu, maar ik blijf toch ’n stadse. Al vrees ik dat de bokkengeur die de hele dag om me heen hangt me wel enigszins verraadt…

[en zie hier: m'n groene onesie!]


dinsdag 14 oktober 2014

Ridder

Grote jongen heeft nu de leeftijd om steeds meer over ‘hoe dat vroeger ging’ te willen weten. Momenteel is hij in de ban van piraten en  ridders. Van m’n zus kreeg hij twee heuse zwaarden voor z’n verjaardag. En wij gaven hem een speelkasteel en de dvd van de oude televisieserie Floris (‘van Rosemondt’, zoals grote jongen keurig zegt), met Rutger Hauer. Best heftig af en toe voor een kind van vijf, maar grote jongen vindt al die rechtse hoeken maar wat interessant. En oefent ze nu op mij uit J, waarbij het plastic zwaard toch wat scherper bleek te zijn dan we vermoedden…

Het leuke van de ridderfascinatie is dat hij nu heel graag alle kastelen in de omgeving wil bezoeken en van alles over hun geschiedenis wil weten. En dat willen wij natuurlijk ook! Doornenburg – waar een deel van Floris werd opgenomen – bezochten we laatst al tijdens Open Monumentendag. Grote jongen was vooral geboeid door de gevangenis, waar niet betalende boeren en andere landlopers zonder pardon in werden geflikkerd en hun dagen gezellig naast hun poephoop sleten.

Ik vertelde hem vervolgens meteen over Slot Loevestein, waar ik ooit de boekenkist van Hugo de Groot zag en over zijn spectaculaire ontsnapping hoorde. Het verhaal maakte net zoveel indruk op grote jongen als op mij destijds. Hij wilde het kasteel en vooral de boekenkist het liefst meteen zien. Omdat ik altijd in ben voor bezoekjes waar ik zelf ook nog wat van leer – en helemaal als het om geschiedenis gaat – keek ik even op de site om te zien waar het kasteel ook weer precies lag (Zaltbommel). Wat bleek? Eind oktober houden ze een groots ridderweekend. Met een toernooi, boogschieten en een valkenier.

Het moge duidelijk zijn waar wij uithangen dat weekend.

donderdag 2 oktober 2014

Kinderarbeid

“Jongens, komen jullie eten?”, vroeg ik. “Nee, ik moet nog werken”, zei kleine jongen. “Alles opruimen, mamma!” Hij stond met veger en blik in de tuin. Ik had onkruid verwijderd en opgestapeld. De jongens verplaatsten het opgestapelde onkruid naar de kruiwagens. Vooral kleine jongen nam zijn taak uiterst serieus.

“We moeten eens tuinhandschoenen voor ze kopen”, merkte man op. “Vinden ze vast prachtig”. Waar zouden die te koop zijn, vroeg ik me af. Man raadde m’n gedachten. “Ik weet niet of ze die bij de Welkoop verkopen, tuinhandschoenen voor kinderen. Misschien gaat er binnenkort nog iemand naar Cambodja?”
O ja. Dus. Hier zijn ze dan: onze hardwerkende kinderarbeiders. Maar we gunnen ze wel af en toe pauze hoor.

donderdag 25 september 2014

Maaike en Michel

We hebben nu ruim een week een stel in de tuin rondlopen. Maaike en Michel (eerste naam is stamboeknaam, tweede naam bedacht door grote jongen). Maaike hadden we al langer, dat is onze mislukte koe ;-) oftewel een flinke geit. Michel is er vorige week bijgekomen. Hij mag Maaike over een tijdje gaan bespringen. Maar alleen als zij daar klaar voor is.

Tot die tijd moet Michel zich aan haar grillen aanpassen. En dat doet hij wonderwel. Waar hij eerst uiterst enthousiast reageerde als Maaike bij hem in de buurt kwam, doet hij nu net alsof hij helemaal niks ziet. Pompidom. Lekker gras, zeg. Lalala. Wat een wolken. Kauwkauw. En het werkt! Heel voorzichtig zoekt Maaike toenadering.
Dat gaat helemaal goed komen met die lammeren volgend voorjaar.
 

Hoe(zeer) ik een autovriend werd

Heel veel auto’s vorige week bij de school. Ik parkeerde de onze er nog bij. “Wat een gekkenwerk he”, zei een moeder toen ik uitstapte, “in de winter wordt het nog erger”. O jee, dacht ik. “Moet je met de fiets gaan!” riep een vader. “Ja, maar het is best ver”, antwoordde ik. En ik schaamde me. Het was nauwelijks verder dan de crèche van kleine jongen in Utrecht geweest was en toen was ik toch ook altijd gewoon op de fiets gestapt.

Groot verschil is echter dat ik er toen met de auto net zo lang over deed als met de fiets. Terwijl ik nu met de auto over de dijk scheur, geen enkel stoplicht tref en dus in vijf minuten bij de school sta. En dat is best handig als je ’s ochtends eerst nog een geit en bok moet buitenzetten, de kippen en poezen eten moet geven en kleine jongen liefst voor schooltijd bij zijn oppas in het dorp wil hebben.
Ik kan het niet meer ontkennen: uiteindelijk ben ook ik een automens geworden. Boodschappen doen? Auto mee. Even appels halen bij de appelboer in het dorp? Met de auto natuurlijk. Hardlooptraining? Auto… Ik pak nog net niet de auto om naar de brievenbus te rijden, maar verder is de auto opeens mijn beste vriend. En dat terwijl ik de auto vroeger haatte. En ik, nog veel erger, nu juist in een omgeving woon die prachtig is om doorheen te fietsen.
Gelukkig kon bezoekende bikkel zuslief het wel begrijpen. Na een fietstochtje naar de supermarkt en terug zei ze “zo hee, maar dit is niet even fietsen. Dit is meteen sport. Flinke wind op die dijk!!!” Precies, dacht ik, en zette de fiets terug in de garage. Aan sport doe ik tenslotte genoeg. Daar staat ‘ie te wachten tot het weer lekker warm en zonnig – echt fietsweer! – wordt. In de tussentijd ga ik maar gewoon fileparkeren bij school. Dat heb ik in Utrecht tenslotte nooit echt goed geleerd.

zondag 14 september 2014

Mwoah-jam

“Jaja” dacht ik eerst nog, toen mijn schoonmoeder vertelde hoeveel lekkere jam ik kon maken van al die vlierbessen om de boerderij. “Ik heb even andere prioriteiten”. We hadden de meeste bramen al geplukt en zelfs behoorlijk wat peren van de wespen gered dus ik vond het wel even goed dit jaar. Maar toen die bessen maar bleven lonken en ik op internet las hoe gezond ze wel niet waren, leek een middagje met de kinderen me een goed moment om de gok toch maar eens te wagen.

Ik plukte de meest rijpe exemplaren - waarvan er al veel door vogels waren opgegeten - kookte ze met wat suiker, appelsap en appelschil naar een recept op internet in tot een heuse vlierbessenjam. Ik dacht van tevoren wel twee glazen potten te kunnen vullen met al die bessen – ik had zelfs de grootste exemplaren uitgezocht – maar het werd er maar één, en dan slechts voor de helft. Het zag er wat lullig uit.

Maar wat nog veel erger was: de jam smaakte mwoah. Niet om over naar huis te schrijven. Toen we croissants aten, smeerden we toch liever supermarktjam, dat idee. Ondertussen stond de halfvolle pot vlierbessenjam ons steeds als we de koelkast open deden verwijtend aan te kijken. “Had ons dan niet geplukt”, leken de bessen te willen zeggen. Sja. Hm. Nou. Sorry. Gelukkig vond ik er vanochtend een hele goede bestemming voor: de appelcrumble. Smaakte heerlijk (vonden ook man, kinders en de aanwaaiende (schoon)ouders). Pfieuw.  En pas volgend jaar weer een herkansing... 

dinsdag 2 september 2014

Pissebedden yeah!

De eerste schoolweek van grote jongen verliep gesmeerd. Het was allemaal wel even wennen, maar grote jongen liet het rustig over zich heen komen. Op donderdag stond er een jongetje klaar dat graag met grote jongen wilde spelen. Grote jongen durfde nog niet naar het huis van het jongetje – sterker nog, hij kende de naam van het jongetje nog niet eens – en dus kwam het jongetje bij ons.

Schot in de roos! Het jongetje bleek namelijk verzamelaar van beestjes te zijn. Alle soorten beestjes. Dus toen hij en grote jongen een willekeurige steen optilden, en daar tien pissebedden bleken te krioelen, was het jongetje helemaal gelukkig. Met een jampot vol pissebedden keerde hij huiswaarts. Alwaar hij de rest van zijn collectie toonde: een spin, een slak, een lieveheersbeestje. De pissebedden konden er zo bij in. Rarara waar het jongetje nu iedere middag wil spelen?

donderdag 21 augustus 2014

Toys for boys

Geloof het of niet: man móest gisteren even demonstreren dat hij onze eettafel gedekt en wel met de trekker kon optillen én verplaatsen zonder ook maar één druppel water te morsen. En eerlijk is eerlijk: het lukte wonderwel. Mannen: het zijn net grote kinderen… ;-)

Totaal overdonderd door zijn superheldendaad (ik vloog mijn held natuurlijk meteen juichend en vol bewondering in de armen, dat begrijpen jullie wel, toch?) vergat ik een foto te maken. Daarom bij deze een andere superheldenfoto. 

woensdag 13 augustus 2014

Insectenhotel?

Ik zei het al tegen man: “onze boerenbuurman denkt vast: daar heb je weer van die stedelingen. De eerste week houden ze alle ramen open, om ze daarna zo snel mogelijk dicht te timmeren!” Nou, we hielden het niet eens een week vol. Al na enkele dagen zat ons huis vol met vliegen en muggen en ergerden we ons groen en geel aan hun gezoem. Toen ze kleine jongen vervolgens het zicht ontnamen – hij werd op een ochtend als opgezwollen Chineesje wakker en kreeg z’n ogen de eerste minuten werkelijk niet open – was de maat vol. We timmerden de ramen nog net niet dicht, maar maakten wel de Ikea rijk door alle aanwezige klamboes – vier slechts hoor... – aan te schaffen. En de vliegengordijnen en vliegenvangers staan op de boodschappenlijst. Ja hoor, boerenbuurman: we hebben ons lesje geleerd!

En: met dit uitzicht worden wij tegenwoordig dus wakker!!! Fijner dan fijn.

dinsdag 5 augustus 2014

Juj!

Vrijdag was het gevoel er opeens: juj!!! Bij gebrek aan wasgelegenheid lagen we met het hele gezin in het opblaasbad buiten, keken uit over de dijk vol fietsers en genoten. Wat een superfijne plek. De dagen daarvoor waren chaotisch geweest. Op de laatste dag voor de verhuizing had ik een lekke band gekregen, waardoor m’n superstrakke plan opeens niet meer zo strak kon verlopen. Half rennend had ik grote jongen alsnog op de vakantie-opvang gekregen, kleine jongen naar de crèche gebracht en de trein richting Slijk-Ewijk gehaald. Alwaar de klussers en man al bijna de meest urgente klussen afgerond hadden.

“Wat moeten we hier zonder jullie?”, had ik welgemeend geroepen toen onze Roemeense werkpaarden een paar uur later het erf waren afgereden. Want o wee, wat waren er nog veel klussen overgebleven. Daar hadden we ons al wel op ingesteld, maar toch. Alles overziend was het nog een hele hoop. En man had al zulke grauwe wallen gehad. Slik, slik en door. Een paar uur later waren ook wij het erf afgerold richting Utrecht, om de kinderen voor de laatste keer op de vertrouwde plekken op te halen en de verhuisdozen in te pakken.

Met hulp van breur en Lexie waren we de volgende ochtend ingepakt en wel weer terug naar Slijk-Ewijk gesjeesd.  De dagen erna hadden we zoveel mogelijk uitgepakt, schoongemaakt en doorgewerkt. Onderwijl maar niet teveel denkend aan de hoop klussen waar we geen tijd voor hadden. Zo waren we doorgeraasd totdat we vrijdag in het bad waren neergeploft.  Hehe. Zon op de buik, wuivende bomen om ons heen, geluiden van koeien, schapen en kippen op de achtergrond. Even geland. En hoe!

maandag 21 juli 2014

Afscheid

Over krap een week is het zover: dan gaan we verhuizen naar onze boerderij. Terwijl iedereen om ons heen de vakantiekoffers vult, vullen wij verhuisdozen. Met de laatste schooldag van grote jongen vorige week is het moment van afscheid nemen nu echt aangebroken. En hoeveel zin we ook hebben in ons nieuwe avontuur, we beseffen ons met de dag meer wat we daar straks in Slijk-Ewijk allemaal zo ontzettend gaan missen.

Ons fijne, lichte huis aan de Bilderdijkstraat, waar we met z’n tweeën introkken en straks met z’n vieren weer uitkomen. De superleuke straat met zoveel fijne mensen – waaronder natuurlijk met stip bovenaan onze lieve bovenburen een paar deuren verderop – die we ’s zomers bijna dagelijks op het balkon, de straat of op het plein troffen. Het plein zelf met de waterpomp, de skatebaan, het suikerspinhuisje en de vele leuke activiteiten het hele jaar door. De school en vooral de crèche die onze jongens al die jaren zo vrolijk hielp groeien. De stad met haar vele filmhuizen, festivals en levendige wijken met daarin lieve vrienden.

Het is teveel om allemaal op te noemen. Bovendien zou u dan allang afgehaakt zijn. Daarom kan ik het beter samenvatten met: het was fijn, Utrecht(ers)! We gaan jullie missen! Gelukkig krijgen we er een grote boerderij voor terug, waar we jullie goed kunnen ontvangen. Zo halen we gewoon zo nu en dan een stukje Utrecht naar Slicky Wicky. En als we er – in de woorden van grote jongen - helemaal klaar mee zijn, gaan we gewoon op vakantie-uitje naar…jawel…Utrecht!

Dahag!!!
(op de foto schrijft grote jongen verhuiskaarten voor z'n klasgenootjes)

dinsdag 8 juli 2014

Onze Slijk-Ewijkse ridder


Grote jongen is maar wat blij met al die verbouwingsmaterialen die hij overal in Slijk-Ewijk aantreft. Een berg zand, geleverd om een sleuf mee te dichten. Uiteraard perfect om in te spelen. Sleepkabels en sjorbanden om van alles mee vast te maken. Hij creëert er zijn eigen gevangenis mee. Of van die grijze rioleringsbuizen. Grote jongen trekt ze aan en is opeens een ridder. Het maakt niet eens veel uit wat hij vindt, van alles is wel iets te maken.
Man en ik schrikken ons af en toe een hoedje als grote jongen weer eens de boormachine heeft gepakt, maar over het algemeen moeten we glimlachen om zijn inventiviteit. “Kom eens kijken” zegt hij en daar treffen we weer een nieuwe gevangenis aan. De verhuisdozen die we in Utrecht klaar hadden staan, zijn allemaal allang geconfisqueerd. Grote jongen heeft er een piratenschip met gangenstelsel en hut van gemaakt. “Als we gaan eten, moet je de mol maar even roepen”, zegt hij tegen ons. Grote jongen en de verbouwing/verhuizing: hij begint er de voordelen van in te zien.

zaterdag 28 juni 2014

Een boom een boom


“Sommige mensen houden van grillig, anderen van vol”…probeerde de bomenman voorzichtig. Man en ik keken elkaar vragend aan. Ik hoopte dat man nu iets zinnigs ging zeggen of een mening ging formuleren. Maar helaas. Ook hij keek meewarig naar al die magere boompjes.
We stonden in Brabant om een rode beuk uit te zoeken. Ooit hadden er drie rode beuken voor onze boerderij gestaan, maar die waren in de loop der jaren stuk voor stuk gesneuveld. De gemeente had de laatste recentelijk verwijderd, omdat die op de boerderij dreigde te vallen.
Man had me een nieuwe gegeven, voor m’n verjaardag. We moesten ‘m alleen nog even uitzoeken. En dat probeerden we dus te doen, daar in Brabant. We deden oprecht ons best om door die magere boompjes heen te kijken en de grote volle beuk te zien die we zo graag wilden. Maar het lukte gewoon niet.
Na lang kijken zochten we voor de vorm twee boompjes uit waar we tenminste nog iets in zagen. En zeiden de bomenman dat we nog wel even zouden bellen. Dat is, zo begrijpt u, tot op de dag van vandaag nog niet gebeurd. We wachten geloof ik liever op een wonder.

(boven een foto van de jonge beuken in Brabant en onder een oude foto van de beuken die we graag terug willen ;-))

donderdag 19 juni 2014

Wie wat bewaart

Mijn hele leven heb ik al moeite met het wegdoen van spullen. Ik ben er simpelweg teveel aan gehecht. Of ik denk dat ze ooit wel weer van pas gaan komen. Zelfs als het gaat om aantekeningen van  m’n studie (‘ja maar het staat hier wel allemaal heel duidelijk’) of om een oude, verfrommelde waterkoker (‘ja maar die kocht ik toen ik net op kamers ging’). Laat ik maar zwijgen over m’n reeds 15 jaar oude kledingstukken. Dus zeul ik bij iedere verhuizing de godganse boel maar weer mee.

Gelukkig blijkt nu eindelijk dat het gezeul niet voor niets is geweest. Nu we én aan ’t verbouwen zijn én opeens alle ruimte hebben, blijkt die waterkoker best handig. Zelfs de door man verfoeide krukjes komen nu uiterst goed van pas. Wat zeg ik, man zat erop toen hij met onze Poolse vriend de eerste WK-wedstrijd van Nederland keek. Op een ieniemienie televisie die…u voelt ‘m al…jarenlang m’n kamer in Groningen heeft gesierd. Wie wat bewaart…die heeft eerst jarenlang gezeul, maar uiteindelijk toch mooi wel wat.

(met als ultiem bewijs: de winterjas die man vroeger droeg, al die jaren bewaard door opa boerderij en inmiddels al weer twee jaar de uiterst stevige winterjas van grote jongen)

dinsdag 10 juni 2014

Stavaza

U wilt inmiddels natuurlijk ook wel eens weten hoe het nu eigenlijk met de verbouwing staat. Al die verhalen over Huize Anoniem en kermende kinderen zijn leuk, maar nog leuker is natuurlijk de 'extreme make-over' van de boerderij. Dus bij deze.

Ik kan u zeggen: het staat best goed. Het dak was ondanks hevige regenbuien binnen twee weken vernieuwd en van dakramen voorzien. Daarmee was het budget meteen gehalveerd ;-) Sindsdien is er gesloopt, gesloopt en nog eens gesloopt (zie foto: links is oud, rechts is nieuw op ongeveer dezelfde plek). Oude kranten, een handtekening uit 1880, een paar rottende balken en héél veel rattenkeutels zijn tevoorschijn gekomen.

Vervolgens is de hele boerderij in 't houtwormgif gezet, zijn de elektricien en loogieter aan de slag gegaan en zijn de klussende Roemenen recentelijk begonnen met de eerste plafonds isoleren en de eerste wanden afwerken. Iets later dan gepland, maar niet dramatisch veel later. En wij? Wij vliegen op en neer tussen de Bouwmaat, het werk, de creche en de Welkoop. En raken om de haverklap dingen kwijt (waaronder mijn bril, maarliefst een maand lang). Hoe zou dat toch komen???

donderdag 5 juni 2014

Mercedes Benz

Toeval, stom toeval natuurlijk. We vonden ons huisnummer al zo mooi: 33. Toen vonden we de cijfers van onze postcode al zo makkelijk te onthouden: 6677. De letters moesten we toen nog horen: MB. Er was geen weg meer terug: deze boerderij moest ‘t worden. Want MB, dat staat voor Mercedes Benz en laten we nou net de trotse eigenaren van een prachtexemplaar uit begin jaren tachtig zijn. Dus: zo gezegd, zo gedaan. Wij blij.

Tot het bericht over de motorrijtuigenbelasting kwam en de Mercedes opeens een dure auto bleek te gaan worden. We twijfelden: moesten we hem dan toch maar verruilen voor een busje? Zo handig was hij nou ook weer niet. Een weekendje weg met de Mercedes voelde toch een beetje als “prop het er maar in en hopen dat het er weer uit komt” (ook de kinderen, ja, sorry). Een busje zou ons voorgoed uit dat lijden verlossen. Dus, hm, sja, nou. Bijna was ‘ie verkocht. Totdat man er een stokje voor stak: “hebben we eindelijk zo’n prachtboerderij en dan gaan we onze trots zeker verruilen voor een praktisch busje?” Gelijk had hij. En daar staat hij dan, onze MB. Onpraktisch te schitteren in de zon.

vrijdag 30 mei 2014

Vervloeken

Geen beter moment om je kinderen te vervloeken, dan een verbouwing. Grote en kleine jongen vinden het lawaai maar niks. Kleine jongen wil sowieso niet meer zelf lopen zodra we de auto daar hebben geparkeerd – “auto zitten” is dan opeens alles wat hij wil en dat terwijl hij het daar de eerste jaren in heeft uitgeschreeuwd – en ook grote jongen is er na krap een maand tijd al “helemaal klaar mee”. Als we er met z’n vieren zijn, dan gaat het nog. Dan is man aan het werk en ben ik bij de jongens. Die dan blij op de trampoline springen.

Maar als we met z’n drieën zijn en ik ook wat wil/moet doen, is het andere koek. Terwijl ik meeloop met een ongediertebestrijder (houtworm in de zolderkap) en vochtspecialist (vochtige muren), hoor ik op de achtergrond alleen maar geschreeuw. “Mamma, je moet NU komen”, commandeert grote jongen (of eigenlijk presenteert hij een keuze: “of je komt NU, of je komt SNEL”). Kleine jongen roept vooral “tillen, tillen, tillen!”, maar durft vanwege de kippen niet naar me toe te komen. Tot overmaat van ramp krijgt grote jongen een splinter in z’n hand. “AUAUAUAU dit doet pijn! Mamma, KOM NU!”

En dat gaat dan zo de rest van de dag door. Af en toe is er opeens een lichtpuntje in de trant van “nee maar, kleine jongen loopt nu al één minuut aan de hand” maar dat duurt helaas niet zo lang. Pas als ik besluit m’n frustratie weg te fietsen en de jongens dus achter in de fietskar mogen, is alles koek en ei. Zoetjes zitten ze tegen elkaar aan gedrukt en zeggen brave dingen tegen elkaar als “kijk, een koe en schapen!” Maar dan valt grote jongen in slaap en begint z'n zware hoofd op kleine jongen te leunen. Die dat hoofd vervolgens uit alle macht probeert weg te duwen. Grote jongen weer wakker... En hoe: één en al misère. Het gekerm stopt pas als ze ’s avonds eindelijk op één oor liggen. Hèhè. Gelukkig morgen weer gewoon een school/crechedag. En dat denken ze zelf geloof ik ook :-)

donderdag 22 mei 2014

Vreemd busje

Man heeft me deze week toch wat meegemaakt. Hij sliep een nachtje in de boerderij. Hij was wat onrustig, door de hectiek die verbouwen, werken en gezinsleven met zich meebrengen. Bovendien had hij de week ervoor ’s nachts dieren horen knagen in ’t hout (muizen of ratten waarschijnlijk, want de boktor is vooralsnog niet gedetecteerd) en was hij nu dus extra alert. Toen hij om zes uur ’s ochtends een busje het pad (op foto links) op hoorde komen en het halverwege hoorde stoppen, was hij dan ook meteen klaarwakker. Toch geen dump van drugsafval? Of diefstal van de oude dakpannen? WTF doet dat busje daar?
 
Hij trok snel een broek aan (u weet wel, die blauwe klusbroek) en rende naar het voorhuis. Daar kon hij het busje nog net zien wegrijden en het nummerbord gedeeltelijk ontcijferen. Vervolgens liep hij met rasse schreden naar buiten toe, naar de plek waar het busje gestopt was. Onderweg steeds de cijfers van het nummerbord herhalend, in de hoop die straks foutloos aan de politie te kunnen doorgeven. Eenmaal ter plaatse, zag hij echter niks. Vreemd. Hij wilde zich alweer bijna omdraaien, toen hij opeens rook wat het busje – of liever de bestuurder ervan – daar gedaan had: midden tussen het hoge gras vond hij…wat denkt u?...
 
…een riekende, smeuïge mensendrol!

woensdag 14 mei 2014

Een vlekje meer of minder

Tussen het klussen door hebben we twee bruiloften te vieren. Nu moet u weten: man loopt z’n hele leven lang al het liefst continu in z’n blauwe klusbroek en ik vind het inmiddels ook best relaxed om gewoon steeds dezelfde spijkerbroek en trui aan te trekken en daar vervolgens de gewatteerde klusjas over aan te trekken. Bespaart een hele hoop keuzestress. En het klustenue blijkt ideaal om alle smerigheid die je op zo’n dag tegenkomt (puinresten, aarde, snottebellen van de kinderen) gewoon aan af te vegen. Zelfs de hardloopschoenen die ik nu aan één stuk door draag, hebben hun nut al driedubbel bewezen. Na een feestje in klustenue (ja, dat was een ongelukkige samenloop van omstandigheden) kon ik de trein er nog nét mee halen. Ideaal dus.

Maar nu hebben we dit weekend dus de eerste bruiloft (of eigenlijk een pre-bruiloft, maar hoe dan ook een feest). Op Vlieland gelukkig, dat geeft nog enig excuus om er vooral praktisch en comfortabel bij te lopen. Maar toch. We kunnen moeilijk in onze spijkerbroek verschijnen. Dus nu proberen man en ik ons te bedenken hoe het ook alweer moet, er mooi bij lopen. O ja, even de haren wassen. O ja, mooie schoenen mee. O ja, panty’s…heb ik ze überhaupt nog zonder ladders? Het voelt als een uitstapje naar een andere wereld. Een wereld waarin mensen er gewassen en geschoren bijlopen. Een wereld waarin de klei ver weg is en het chique restaurant dichtbij. Raar, maar vooral heeeeeeel fijn. En nu maar hopen dat we de snottebellen niet per ongeluk aan onze mooie pakjes afvegen.

woensdag 7 mei 2014

Bang, tillen!!!

Het wordt nog wat, verhuizen met de kleine jongen. Niet zozeer omdat hij zo gehecht is aan ons huis en omgeving; als tweejarige vindt hij het allemaal wel best, zolang pappa, mamma en grote jongen maar in de buurt zijn. Maar wel omdat hij zo ontzettend gaat schrikken als hij de dierengeluiden die hij nu de hele godganse dag nadoet, opeens écht om zich heen hoort. En dat niet uit de mond van die vrolijke honden en lievige geitjes die hij uit de boeken kent, maar uit de mond van grote, harige exemplaren:  WOEFWOEFWOEF en MEEEEEEE. De eerste dag in Slijk-Ewijk beloofde wat dat betreft niet veel goeds. Bij het horen van geblaf van de buurhond, schreeuwde hij het uit: “Bang, bang! Tillen tillen tillen!!!”. 

maandag 5 mei 2014

Huize Anoniem

Misschien gelooft u het niet, dat zou ik ook niet zomaar doen, maar onze prachtige herenboerderij (of in ieder geval een gedeelte daarvan) was dus ooit een bordeel. Jawel, een bordeel. Inmiddels is daar helaas niet meer zo heel veel van te zien, maar toen meneer en mevrouw K het kochten nog wel. Ze vroegen zich al af waarom al die spiegels zo laag hingen – “woonden hier dwergen ofzo?” – toen ze het zwembad zagen. De donkere wanden, de zuilen met vrijmetselaarsbeelden en opnieuw de spiegels verklaarden een hele hoop. En de duistere meneer die daarna besmuikt aanbelde, deed de rest. Een bordeel dus.

En ja hoor, al zoekende naar informatie over onze boerderij kwam ik verschillende advertenties uit de Telegraaf tegen. Over charmante gastvrouwen, een gezellige bar, ‘chambre separée’ en meer van dies zij. Ik zal ze u niet onthouden. Bij deze dus. En om een indruk te geven van hoe dat bordeel er uit zag toen meneer en mevrouw K het kochten, doe ik er een foto uit hun album bij. Zie hier: de Danenberg als Huize Anoniem.

vrijdag 2 mei 2014

Niet gekker worden

"Het is dus niet zo’n B-module?", hoorde ik man vragen aan de telefoon. Hij was op zoek naar een rolsteiger.  “Ah ja, dubbel geremd, ok”.

De avond ervoor had ik broer van man alle voordelen van dampopen isoleren opgesomd. Inclusief alle merken geschikte isolatieplaten (hennep, vlas, katoen, houtvezel), gipsplaten en stuc. Bijna met de prijzen erbij.  

Vanmiddag repte grote jongen opeens van “gordingen” en “tengels”.

Het moet hier toch niet gekker worden.

maandag 28 april 2014

Salonboer


“Twee geiten, kippen, o en ik wil ook wel een koe”, grote jongen somt alvast zijn ideale veestapel op. Dat doet hij, voor de goede orde, vanaf onze luie bank in de Utrechtse bovenwoning. Hij kent deze dieren vooral als brave, ietwat sullige schepselen uit de Utrechtse stadsboerderijen, die hij na één keer aaien alweer verruilt voor een potje voetbal. Dat die schepselen onderhouden worden door een arsenaal aan medewerkers en vrijwilligers, ziet hij niet eens. En als ik dat ter sprake breng, weet grote jongen, denkend aan onze vakantie in Noorwegen, mijn bezwaren zó weg te wuiven: “nou, dan vragen we dat toch gewoon aan boer Olav?” Duh.
 
Maar toch: de eerste drie kippen zijn gearriveerd!

Verdwaald

“Waar was dat nou, met die autootjes op tafel?” Grote jongen komt uit de wc in onze nieuwe boerderij en zoekt de keuken. Ik glimlach. Grote jongen, gewend als hij is aan overzichtelijke stadswoningen, raakt verdwaald in de lange gang met zoveel deuren naar zoveel vertrekken. Terwijl ik hem de weg wijs, neem ik de gang nog eens tevreden in me op. Pippi Langkous, maar dan in de Overbetuwe.

Willekeurig landhuis


“Ze zijn gewoon voor een willekeurig landhuis gaan staan en hebben zichzelf  gefotografeerd”, appte een vriendin. Maar nee, beste mensen, het is ECHT. Sinds half april zijn wij de trotse eigenaren van deze grootse herenboerderij. Met een grootse naam: De Danenberg, of zo u wilt, de Danenburgh. In het dorp Slijk-Ewijk, dat wij inmiddels – in het kielzog van de Amerikanen die hier tijdens de operatie Market Garden in kleine bootjes de heldhaftige oversteek van de Waal maakten – liefkozend Slicky Wicky noemen. Wees welkom.