dinsdag 17 maart 2020

And... we're back!


Als u al dacht “leven die mensen nog wel?” Dan kan ik u geruststellen. Jazeker, we leven nog. We hadden gewoon een hele lange radiostilte. En die hadden we vooral omdat we ruim drie jaar niet in de Danenberg woonden en het ons inbreker-technisch niet slim leek om dat al te publiekelijk van de daken te schreeuwen (al is instagram, waar ik veel op post, toch ook vrij publiekelijk ;-)). Niet dat er helemaal niemand woonde in de tussentijd –  we hebben zelfs meerdere huurders versleten – maar we vonden het ook weer een beetje raar om dat dan allemaal expliciet te gaan vermelden. Dan liever radiostilte.

Ondertussen woonden we ook niet bepaald op loopafstand. Zoals de meesten van u waarschijnlijk wel weten, zaten we die drie jaar helemaal in Singapore. Dat is op ongeveer 12 uur vliegafstand. Dat is ver. Zeker als je op het nieuws leest dat er een flinke storm aankomt – nee, de bomen! ‘Kijk uit, kijk uit’ – of het gaat vriezen – ‘denk je aan de buitenkraan?’. Of als je van een huurder het bericht ontvangt dat één van de geiten dood is en wat daar nu dan mee te doen. Gelukkig waren de huurders redelijk zelfredzaam en was er hulp stand-by, maar als je weet dat er iets aan de hand is terwijl je aan het andere eind van de wereld zit, voelt dat toch wat unheimisch.  

Overigens verbaasden we ons er wel over hoe snel zo’n groots huis als de Danenberg, dat twee jaar lang ons leven domineerde, toch op de achtergrond kan raken. Tranen met tuiten huilden we toen we in de zomer van 2016 bepakt en bezakt het erf verlieten en een laatste blik op ons huis wierpen. Meer dan er later op Schiphol bij het afscheid van onze families vloeiden. Maar na een paar weken Singapore dachten we er nauwelijks nog aan. Op den duur hadden we aan het eind van een lange zomervakantie in de Danenberg zelfs wel weer zin om naar Singapore te gaan. En dat was ook wel fijn om te merken.
‘Home is where the daily life is’, constateerden we.

En dat ‘daily life’ is nu dus, na drie fijne jaren in Singapore, alweer ruim een half jaar terug in de Danenberg. Het voelt goed. Toegegeven, in de lange, grijze winter hebben we het regelmatig over Singapore gehad – ‘wat zou het fijn zijn als we nu in onze korte broek naar de botanische tuin zouden kunnen wandelen/steppen om daar iets te eten of naar een concert te luisteren’ – maar nu de lente op springen staat, springt ons hart weer mee. De geiten, de poezen, de kippen, de vogels, de planten, de bloemen en vooral de geluiden en de geuren: wat een feest. We zijn terug!

dinsdag 22 maart 2016

Gouwe ouwe

Zo was het hier rond 1975: een flink weiland zonder die rare fontein (!), een kleine boomgaard en heel hoog water in de sloten!

dinsdag 12 januari 2016

Over het water lopen

Die Waal, die houdt de gemoederen van grote en kleine jongen nogal bezig. Vooral de wetenschap dat de stroming zo sterk is dat een volwassene er makkelijk in kan verdrinken, maakt de rivier tot een geliefd gespreksonderwerp. Bij ieder watertje dat we tegenkomen, vraagt kleine jongen: ‘is daar ook stroming? Kun je daar in verdrinken?’ En als ik dan ‘ja’ antwoord: ‘alleen een kind of ook een meneer of mevrouw?’ ‘Is daar dan al wel eens iemand verdronken?’ luidt de volgende vraag.

Grote jongen relateert die stroming inmiddels aan een ander verhaal, waar hij zo her en der flarden van heeft opgepikt. Zijn vaste vraag luidt: ‘kon Jezus nou over het water lopen of niet?’ En in het verlengde daarvan volgt dan: ‘geloof jij dat Jezus bestaan heeft of niet?’ Wat ik ook antwoord, wat hij ook gelooft; als we een week later naar zwemles (!) rijden, komt de vraag gewoon opnieuw voorbij.

‘Als de Waal uit het zicht is, stroomt de verbeelding’ staat er op een gevel langs de spoorbrug. Prachtige zin en voor sommigen misschien ook waar. Op onze kinderen is hij echter niet van toepassing. Hun verbeelding begint juist als een dolle te stromen zodra de Waal IN het zicht is. Stromend en wel.

donderdag 10 december 2015

Er stond eens een vrachtwagen op de dijk

11 gemiste oproepen van een 06-nummer. O jee, dacht ik meteen, er is iets met grote jongen gebeurd op school. Of met de buurtkinderen. Maar nee hoor, na terugbellen bleek het gewoon de leverancier van de door ons bestelde wastafels te zijn. ‘Ik sta hier met twee wastafels’ zei hij. ‘O, u bent er al?’ vroeg ik. ‘Nee hoor, zei de man. Ik sta op de dijk. Ik ben er bijna’. ‘Dan loop ik vast naar achter’ zei ik. ‘Nou, zei de man, wacht daar nog maar even mee. Volgens de rijtijdenwet moet ik nu pauzeren. Dus ik kan pas over een half uur weer rijden’. ‘O? Nou ja, tot zo dan’. ‘Tot zo!’ zei hij enthousiast.

En ja hoor. Vanuit mijn werkkamer zag ik hem staan. Midden op de dijk, voor onze inrit. Toen mijn gasten er langs moesten, reed hij een klein stukje achteruit. En bleef daar toen maar weer stilstaan. Vanachter mijn computer keek ik af en toe of hij er nog stond. En ja hoor, uiteraard. Na een half uur kwam hij eindelijk het pad oprijden. En deed er vervolgens nog heel lang over om de juiste bocht te maken. Zo lang dat zelfs ik dacht ‘dat kan ik beter’. Vijf minuten later was ik twee wastafels rijker en reed de man het pad weer af. Op naar de volgende bestemming. Slijk-Ewijk zou hij vast nooit meer vergeten.

dinsdag 10 november 2015

Herfstige huizigheid

Het was herfstvakantie. We waren naar het Natuurmuseum in Nijmegen getogen. Lees: ik had – met de kuiten nog moe van de generale 7 heuvelenloop – keihard gefietst om die twee jongens in de fietskar de brug over te krijgen. Hijgend viel ik het museum binnen. Er was een tentoonstelling over vogelspinnen gaande en je mocht zelfs een vogelspin vasthouden. Dat vinden de jongens fantastisch, dacht ik. En inderdaad, luid ‘wow’ roepend keken ze in ieder glazen bakkie en stelden ondertussen allemaal geïnteresseerde vragen. ‘Wat eten ze dan? Ga je dood als je deze aanraakt?’ enzovoorts. Na precies vijf – ja vijf! – minuten hadden ze het echter alweer gezien. Grote jongen hing smekend tegen me aan: ‘ik vind het hier saai. Wanneer gaan we weer naar huis?’

Ongeveer een kwartier later liepen we de V&D binnen. Ik moest nog iets ruilen en aangezien de jongens over het algemeen dolgelukkig worden van roltrappen, leek dit me het ideale moment om dat even snel te doen. Grote jongen liep echter net wat te jolig rond en stootte ongeveer meteen na binnenkomst het hangertje met V&D cadeaukaarten omver. Vervolgens verstopte kleine jongen zich onder de kledingrekken, waar uiteraard de helft uitviel. De roltrappen bleken wel leuk, voor even. ‘Ik heb honger’, klonk het al snel. ‘Wanneer gaan we weer naar huis?’

U mag raden waar we de rest van de herfstvakantie doorbrachten.

maandag 5 oktober 2015

Rutger Hauer moest eens weten

“Helden, helden, soldaten van Gelre!” horen wij bijna dagelijks. Sinds we grote jongen vorig jaar de DVD van de oude televisieserie Floris gaven, doen grote en kleine jongen niets liever dan Floris en Sindala spelen. Ok, kleine jongen speelt nog liever paard, maar Sindala komt toch zeker op de tweede plaats.

Kleden worden omgeknoopt, riemen worden uit de kast getrokken (het is maar goed dat ik zo’n uitgebreide riemencollectie heb, één meer of minder valt niet op), laarzen worden aangetrokken en zwaarden en pijl en boog worden meegesleurd. De poezen fungeren als vijanden, het klimrek als kasteel en de fietsen als paarden.


Zo trekken Floris en Sindala erop uit. Het is een fantastisch schouwspel. Toen ik grote jongen laatst vertelde dat de meneer die Floris speelde, nog steeds bestond, viel zijn mond open van verbazing. “Wow, dat wil ik zien!” Dus ik op zoek naar een foto van Rutger Hauer. “Ja dat is ‘m!” riep grote jongen opgetogen.
“Leeft die nog? Zullen we die meneer een keer bezoeken?”

Rutger Hauer, anyone?

dinsdag 15 september 2015

Bokkesprongen

Sinds we besloten hebben om onze bok op te gaan eten (sorry voor de mensen die hier niet tegen kunnen), levert hij de ene streek na de andere. Er gaat geen dag voorbij zonder dat hij ontsnapt. Zit ik geconcentreerd te werken, zie ik vanuit mijn ooghoek de bok onze halve moestuin opeten. GRRRRR!

Kan ik weer op hoge poten naar buiten om meneer te grijpen, tegen de stroomdaad aan te duwen (‘niet meer ontsnappen nu he?!’) en bij de rest van de geiten te voegen. Een uur later herhaalt dit tafereel zich weer. Waarbij, als ik niet uitkijk, de stroomdraad te ver naar beneden gaat en alle geiten opeens buiten de wei lopen,. F#CK! Het lijkt wel alsof de bok voelt wat hem te wachten staat. Echt slim is het echter niet. Wij krijgen namelijk met de dag minder moeite om meneer straks af te voeren…